DAGBOEK VAN DE HOOP

DAGBOEK VAN DE HOOP

Maandag 1 juni, de Duif
Lege stranden. Bunkers half in de zee. En in de duinen is hier en daar voor een huis een bord te zien met daarop de tekst ‘til salg’ (te koop).  Het is duidelijk, geen Noord-Hollands kusttafereel. Vorig jaar zomer waren we als gezin op vakantie aan de westkust van Denemarken. Qua drukte een soort Drenthe aan zee. Veel natuur, weinig verkeer. En veel kleine typische Deense witte kerken die in het landschap opdoemen. En vaak nog open ook!
Zo ook in het dorp Vedersø. Zijn leven lang is predikant-dichter-toneelschrijver Kaj Munk (1898 – 1944) hier de voorganger geweest. Vanwege zijn opstelling tegen de Duitse bezetting is hij door de Nazi’s vermoord. Toen wij de kerk in Vedersø bezichtigden viel mijn oog op de preekstoel. Onder het ‘dak’ van de preekstoel was een witte duif te zien. De duif als teken van Gods geest die neerdaalt op de voorganger. De Geest die tot inspiratiebron mag zijn voor degene die de Bijbelverhalen uitlegt. De duif is ook het symbool van het pinksterfeest dat we afgelopen week gevierd hebben.
In het boek ‘Actuele eeuwigheid’ geeft Kaj Munk de betekenis van Pinksteren weer: “… de actieve aanwezigheid van God in de zon, de golven, in de vogels en de bloemen, en vanaf die pinksterdag, zoals beschreven in Handelingen 2, ook de actieve aanwezigheid in mensen”. Het mooie van deze beschrijving vind ik dat hij Pinksteren heel concreet maakt, Pinksteren als iets alledaags. De geest van God is in het normale leven te zien, in de natuur, die hij om zich heen zag. Maar ook in gewone mensen zoals jij en ik. Toen waren dat handwerklieden, vissers en ‘belastinginners’. Nu vandaag de onderwijzer, de scholier, de bewoner van een verpleeghuis en de zzp’er. En die geest van God is niet passief, maar actief! Hij is niet ver weg, of alleen in een kerkgebouw te vinden – dat zou niet best zijn deze dagen. Maar iets van Gods actieve aanwezigheid kunnen we ook ervaren tijdens een wandeling in de natuur of bijvoorbeeld tijdens ons werk met collega’s of met je huisgenoten of mensen uit de buurt.
‘Kom, Heil’ge geest, Gij vogel Gods,
daal neder waar Gij wordt verwacht’
(LvdK 250: 1)

Gert van Asselt

 
terug