De geest en de handschoen

De geest en de handschoen
In deze rubriek schrijven verschillende Open Hoffers prikkelend of merkwaardig waardoor je net als in een labyrinth ‘naar binnen gezogen’ wordt, je soms verdwaalt, maar als goede verstaander er ook weer heelhuids uitkomt.

Een vreemde titel boven dit artikel. Geen sprookje! Nee, bedoeld allereerst om de aandacht te trekken: ‘waar gaat dit in Godsnaam over?’ En in de tweede plaats, inhoudelijk, omdat het gaat om ‘inspiratie’ en om ‘oppakken van waartoe je bent bestemd’. Maar dat ‘bekt’ niet als titel en klinkt bovendien levenszwaar!

Toch is het wel de essentie van de hieronder geschreven woorden. Waarbij ik wil beginnen met de vraag waarom God, geloof en kerk voor mij in het leven van betekenis zijn. Overdenkend kom ik tot drie bijbeltekstgedeeltes die mij om uiteenlopende redenen ‘triggeren’:

 

  1. ‘Ook steken ze geen lamp aan en zetten die onder de korenmaat’, Matth. 5:15; dit beschouw ik als een oproep aan ieder mens: ‘je hebt kwaliteiten, wees niet bang ze te laten zien.’
  2. ‘Bid in je binnenkamer, niet ten aanzien van anderen’, Matth. 6:6a, ofwel: ‘wees zuiver in je overdenkingen en/of aanbiddingen, maar misbruik het niet ter glorie van jezelf.’
  3. ‘Het is de ander uitnemender achten dan jezelf’,  Filip. 2. Ofwel sta open voor de ander en toon respect voor hem of haar. En dat dient te leiden tot vrede met en voor elkaar.
     
Het zijn die drie aspecten: verantwoordelijk, integer, respectvol, die een mens in mijn ogen heel ver brengen. Het helpt daarbij enorm als je talenten hebt en je wieg op de juiste plek van deze aarde heeft gestaan.

Inspirerende bijbelse woorden zijn dat. Mooi om in je leven als handvaten mee te nemen en daarvanuit te leven. Die woorden kennen: daarmee hebben gelovigen een streepje voor. Maar daar houdt die voorsprong wat mij betreft ook mee op. Ik bedoel: er zijn veel  ‘niet-gelovige’, onkerkelijke mensen die mij enorm en evenzeer weten te inspireren, door hun woorden, hun muziek, hun manier van leven. (n.b. ‘niet-gelovige’, daarmee bedoel ik mensen die, wellicht, geen directe relatie tot God hebben, maar dit is een zeer arbitraire definiëring en etikettering)

Tijdens ‘Matthijs gaat door’ genoot ik de voorbije weken van de gesprekken die Matthijs van Nieuwkerk had met ‘oude rotten’ als Jan Terlouw, Rob de Nijs, Marjan Berk en Herman van Veen. ‘Voor altijd jong’ was een prachtig inkijkje in en doorkijkje tot het denken, maar vooral het doen van mensen die vele andere mensen hebben weten te raken met hun teksten, door hun muziek en door hun waarachtige woorden, ook tijdens dit programma. Het zijn stuk voor stuk mensen die een leven lang vele andere mensen hebben laten zien en laten horen waartoe talent, kennis en liefde voor het leven kunnen leiden. Voor vele mooie momenten van genieten, van beleving, van optillen boven het alledaagse. 

Neem Herman van Veen, met zijn prachtige liedjes, met zijn stem, met zijn humor, maar zeker ook met zijn ‘drive’ om het mooie van het leven de boventoon te laten vieren. Wat is het geheim van ‘jong blijven’, vroeg Matthijs. ‘Morgen’, zei Herman, elke dag verder komen, je ontwikkelen, nieuwsgierig blijven. En dat doet hij bepaald niet alleen voor zichzelf. Het Herman van Veen Arts center is gevestigd op Landgoed De Paltz, een fantastische locatie midden in een bijna 100 hectare groot beschermd natuurgebied in Soestduinen. Hier worden jonge theatermakers, muzikanten en beeldend kunstenaars begeleid. De firma Harlekijn geeft hen de mogelijkheid hun begaafdheden te ontwikkelen en te tonen in een bij uitstek natuurlijke omgeving. Daaruit spreekt bij uitstek dat ‘anderen uitnemender achten dan jezelf’ met inachtneming van ‘de lamp boven de korenmaat te zetten.’

En, vraag ik me dan wel eens af, in hoeverre is God en het geloof voor deze wijze en doorleefde mensen een bron van inspiratie? Stuk-voor-stuk hebben ze daar op hun eigen wijze zeker wat mee. Herman van Veen zegt hierover het volgende: ‘Het is een begrijpelijk verlangen: er moet iemand zijn die op ons let. Een sterke vader, een zorgzame moeder, een alom liefhebbend wezen. In ‘Meneer’ (van de cd ‘Kersvers’ uit 2014) zeg ik waartoe ik allemaal bereid ben, als God werkelijk zou bestaan: ‘En ik zal knielen en een kleedje kopen/ voortaan gesluierd gaan en me besnijden/ varkenshaasjes laten liggen/ Bier en wijn vergeten/ Kippensoepjes eten/ Mijn handen vouwen en mijn hele dood en leven aan hem of haar of het toevertrouwen’. 

Maar dan is er ook die keerzijde. Er werd ooit aan Herman van Veen de vraag gesteld: U schreef ooit: 'Lieve God, ik bid u: bewijs dat u niet bestaat, u bevrijdt ons daarmee van een geweldige hoop narigheid'. Welke boodschap wilt u hiermee overbrengen? Zijn antwoord daarop was: ‘Een van de lastigste dingen vind ik als mensen spreken in de naam van God. Oordelen, beschuldigen, straffen, dreigen. Het is niet God die oorlog voert, het zijn mensen. Het is niet God die bedriegt, het zijn mensen. Het zou goed zijn als dat ooit begrepen werd. Dat fundamentalisme, dat spoor is dodelijk. God is geen wet. God is een tedere mogelijkheid.’ 

Ik vind dat mooi omschreven. Een tedere mogelijkheid die ons als mens gegeven is, en daaruit voortvloeiend tedere gedachten en tedere daden: liefhebbend, inspirerend, volmakend. En dan denk ik: wat een mooie schepselen heeft God op deze aarde gezet. Zo’n Herman van Veen, als toonbeeld, met zijn prachtige liedjes. Een daarvan klinkt door mijn hoofd: ‘Als nu de wereld eens vergaat, is er niemand die het in de gaten heeft, want ze zitten huis-aan-huis, ja huis-aan-huis te kijk.’ Een oproep of wellicht noodkreet van de kunstenaar tot eenieder die gezegend is met de kunst van het leven; met of zonder geloof in God. 

Han Pol
terug