Een boek over de vrijheid van de mens

Een boek over de vrijheid van de mens

Wat versta jij onder vrijheid?

Bijbelverhalen kunnen je pakken. Je raakt geboeid omdat je herkenning vindt, maar ook vanwege de constante spanning ‘hoe zal het aflopen?’.
Dit spanningselement is meer dan een literair middel. Het weerspiegelt een centraal thema van Genesis: Gods geschenk van vrijheid aan de mens.  Wij kunnen kiezen hoe we handelen en hoe we reageren. Dat is goed nieuws, maar ook slecht nieuws. Hoe het afloopt blijft spannend, want het kan met de mens aan het roer, alle kanten op. Ons lot is niet voorbestemd. Wij worden wat we kiezen te zijn. En de wereld met ons. 

De mens is naar het beeld van God geschapen – zo vertelt Genesis. De mens is dus geschapen, maar kan ook zelf scheppen. En de oproep is: ‘Zoals God scheppend is, zo moet jij scheppend zijn’. Maar het is aan de mens wat hij/zij kiest. Dat is zijn/haar vrijheid. 

Een Rabbi schreef: ‘Waarom is de mens het laatst geschapen? Om, als hij het waard is, tegen hem te kunnen zeggen: heel de schepping is voor jou gemaakt; maar als hij het niet waard is, kan hem verteld worden: zelfs een mug was er eerder dan jij.’

Vrijheid wordt – zeker in onze tijd – vaak verstaan als: doen wat we willen. Maar in plaats dat deze vrijheid orde schept en een fijne, sociale samenleving, creëert deze vrijheid chaos en een egoïstische samenleving. 
Bijbelse vrijheid is de vrijheid te kunnen kiezen voor wat jij vindt dat jij moet doen om samen met God architect te worden van een rechtvaardige en barmhartige, sociale orde. Vrijheid als verantwoordelijkheid!

De eerste verhalen in het Bijbelboek Genesis onthullen hoe de mensen de geschonken vrijheid vaak ten kwade benutten: de broer vermoord zijn broer (Kaîn en Abel); de mensen laten de wereld overlopen van geweld (Noach); en door overmoed van de mens reikt het kwaad zelfs tot in de hemel!
Het wordt van kwaad tot erger. Hoe meer de mensheid zich ontwikkelt, des te groter het kwaad. 

Wie zichzelf, de mensheid en de wereld in deze verhalen herkent, moet zich wel afvragen: Hoe ga ik met mijn naasten om?; Waar laten wij de aarde van overlopen? Stevent zij door ons toedoen nog steeds op haar ondergang af?’; hoe overmoedig zijn wij dat wij denken op de stoel van God te kunnen zitten?’

Na deze verhalen verlegt Genesis ineens de aandacht: In plaats van op de mensheid in het algemeen wordt er vanaf hoofdstuk 12 gefocust op één familie. Het lijkt wel of God niet langer de hoge verwachting koestert dat alle mensen het goede zullen kiezen. In plaats daarvan draagt Hij één familie op om een voorbeeldig leven te leiden waarvan anderen zullen leren.

‘Door kauwen’
Wat kan jouw bijdrage zijn aan een rechtvaardige en barmhartige wereld?

P.S.: Wie geïnteresseerd is en meer wil lezen over de Joodse opvatting van het Bijbelboek Genesis: Genesis, boek van het begin – Jonathan Sacks

Lees ook de vorige dauwdruppels

terug